Wij kijken verder dan de zaak

Zoon overleden… of toch niet? Fraude op de werkvloer

Geplaatst:  6 januari 2026

Leestijd:  4 minuten

In de categorie “dit verzin je niet” staat deze zaak met stip op nummer 1. Soms lezen we een zaak waarbij we bijna niet kunnen geloven dat het echt is. In deze zaak stond een werkgever tegenover een werknemer die ver ging om geld los te krijgen, met verstrekkende juridische én financiële gevolgen.

Van indiensttreding naar zorgwekkend telefoontje

Op 1 november 2024 trad een werknemer in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd tot 30 april 2025. Rond haar tweede werkweek, verscheen zij niet op het werk. Nadat de werkgever telefonisch contact opnam, meldde zij dat haar zoon ernstig ziek was en in het ziekenhuis lag. Enkele weken later, op 3 december 2024, volgde een nog ingrijpendere mededeling: haar zoon zou zijn overleden. De werkgever nam opnieuw contact met haar op om steun te betuigen.

Financiële nood en een goedbedoeld gebaar

De werknemer gaf tijdens dit gesprek aan dat zij in financiële problemen kwam omdat haar uitvaartverzekering niet alle kosten van de begrafenis zou dekken. De werkgever bood hierop aan om een deel van de grafsteen te betalen en maakte € 2.000,- over naar de werknemer. Omdat de betaling administratief verantwoord moest worden, vroeg de werkgever om een factuur. Die werd aangeleverd, net als een digitale versie van de rouwkaart.

Rouwkaart leidt tot schorsing

Toch klopte er iets niet. De factuur en de rouwkaart riepen vragen op bij de werkgever. De werkgever besloot de werknemer per 20 december 2024 te schorsen en nader onderzoek te doen. Op 24 december 2024 kwam vast te staan dat de zoon in kwestie nog springlevend was. Zowel de rouwkaart als de factuur bleken vals te zijn. De werkgever handelde direct: de werknemer werd op staande voet ontslagen en er werd aangifte gedaan wegens fraude.

Juridische procedure bij de Kantonrechter

Daarmee was de zaak nog niet klaar. De werkgever startte een procedure bij de kantonrechter om de geleden schade te verhalen op de werknemer. Door het ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, kampte de werkgever immers met een gat in zijn personeelsbestand en liep zij omzet mis. Bovendien had zij behoorlijke kosten moeten maken om de fraude aan het licht te krijgen. 

In totaal vorderde de werkgever ca. € 45.000,-. De werknemer verscheen, ondanks correcte oproeping, niet in de procedure en voerde dus geen verweer. Dat betekent niet automatisch dat een vordering wordt toegewezen, maar de kantonrechter beoordeelt in zo’n geval of de vorderingen niet ongegrond of onrechtmatig zijn. De kantonrechter oordeelde dat daarvan geen sprake was en veroordeelde de werknemer tot betaling van € 44.938,73, te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten.

Een dure leugen

Had de werknemer in 2024 nog geen financiële problemen, zoals zij stelde, dan heeft zij die nu vermoedelijk wel! Deze leugen komt haar (terecht) duur te staan… 

Deze zaak laat zien dat fraude op de werkvloer niet alleen leidt tot ontslag, maar ook tot forse financiële consequenties.

Een pijnlijke, maar duidelijke les: vertrouwen is essentieel in een arbeidsrelatie en misbruik daarvan kan (terecht) zeer duur uitpakken.

Contact

Advocaat arbeidsrecht nodig? Bij Boers Advocaten in Veenendaal hebben wij veel ervaring met arbeidsrecht. Wij denken graag met u mee, analyseren uw situatie en geven helder advies, zodat u met zekerheid de juiste stappen zet en onnodige risico’s voorkomt. 

Neem contact op met arbeidsrecht advocaat mr. Corina Evertse via cevertse@boersadvocaten.nl of telefonisch op nummer 0318 52 24 04.


Bron: Rechtbank Noord-Holland 17 april 2025 ECLI:NL:RBNHO:2025:4508.


Gekoppelde categorieën:


Terug naar overzicht

Advocaat arbeidsrecht nodig? Neem contact op met mr. Corina Evertse

Contact opnemen

Gerelateerde artikelen

Alle artikelen