Wij kijken verder dan de zaak
Geplaatst: 10 juli 2025
Leestijd: 5 minuten
In de dagelijkse praktijk ontstaan er voortdurend geldvorderingen tussen partijen. Denk aan het leveren van goederen of diensten die niet direct betaald worden, of aan leningen die in termijnen terugbetaald mogen worden. Voor de leverancier betekent dit dat zijn geld ‘vastzit’ tot de vordering wordt betaald.
Tot voor kort konden partijen onderling bepalen wat er met die vorderingen mocht gebeuren en vooral wat níet mocht. Maar sinds 1 juli 2025 is daarin iets fundamenteels veranderd. In deze blog leest u wat er precies speelt, welke geldvorderingen het betreft en waar u als ondernemer nu scherp op moet zijn.
Vooral voor ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) bleken deze afspraken in de praktijk belemmerend. Ondernemers maken namelijk al veel kosten voordat facturen betaald worden: voor inkoop, opslag, software, personeel en bijvoorbeeld installatie. Als betalingen langer op zich laten wachten, kunnen financiële tekorten ontstaan.
Om het mkb beter te ondersteunen, spelen financiers hierop in door krediet te verlenen op basis van uitstaande geldvorderingen. Hiervoor moet de vordering wel overdraagbaar of verpandbaar zijn. En precies daar wringt het, wanneer in vrijwel alle contracten dit juist uitgesloten is.
Om deze financieringsvorm te stimuleren, is op 1 juli 2025 de Wet opheffing verpandingsverboden in werking getreden. Sindsdien is het voor bepaalde soorten geldvorderingen niet meer toegestaan om contractueel af te spreken dat deze niet overdraagbaar of verpandbaar zijn.
De wet geldt onder andere voor:
Voor afspraken over overdrachts- of verpandingsverboden die vóór 1 juli 2025 zijn gemaakt, geldt een overgangstermijn van drie maanden. Tot en met 30 september 2025 blijven deze afspraken nog geldig. Maar vanaf 1 oktober 2025 zijn zij voor de genoemde geldvorderingen nietig.
Dat betekent dat zulke beperkingen juridisch gezien niet meer bestaan: u kunt er geen beroep meer op doen, ook niet als ze ooit rechtsgeldig in een contract zijn vastgelegd. De wet gaat hier dus met terugwerkende kracht overheen.
Voor de praktijk betekent dit dat financiers vanaf 1 oktober 2025 alsnog vorderingen kunnen overnemen of verpanden, ook als dat oorspronkelijk contractueel was uitgesloten. Heeft u als ondernemer nog oude contracten waarin zulke verboden staan? Dan is het verstandig om deze tijdig te herzien of om in elk geval te weten dat deze bepalingen binnenkort geen werking meer hebben. Zo voorkomt u onaangename verrassingen of verwarring in gesprekken met financiers of afnemers.
✔ Inventariseer bestaande contracten: bekijk of in uw lopende overeenkomsten bepalingen staan die de overdracht of verpanding van geldvorderingen uitsluiten.
✔ Beoordeel de relevantie van deze bepalingen: gaat het om geldvorderingen die onder de nieuwe wet vallen, zoals zakelijke vorderingen of tegoeden op betaal- en spaarrekeningen?
✔ Laat oude contracten juridisch toetsen: laat uw contracten beoordelen door een jurist of juridisch adviseur om verrassingen te voorkomen.
✔ Informeer uw financiële partners: breng financiers, klanten en andere betrokken partijen tijdig op de hoogte van de veranderde situatie.
✔ Maak gebruik van nieuwe financieringsmogelijkheden: zodra beperkende afspraken zijn vervallen, kunt u mogelijk wél krediet verkrijgen op basis van uw geldvorderingen.
Heeft u te maken met geldvorderingen uit uw bedrijfsvoering? Controleer dan of er sprake is van afspraken die overdracht of verpanding uitsluiten. Als dat het geval is, is het belangrijk te weten dat deze afspraken binnenkort hun rechtskracht verliezen. Dat biedt mogelijk nieuwe kansen voor financiering, maar vereist ook herziening van bestaande contracten. Heeft u hier hulp bij nodig? Wij hebben ruime ervaring in het contractrecht en kunnen u helpen bij de veranderingen die door deze wetswijziging voor uw bedrijf ontstaan.
Wilt u contact opnemen naar aanleiding van dit artikel? U kunt daarvoor terecht bij Ralf de Koning via 0318 – 522404 of stuur een e-mail naar rdekoning@boersadvocaten.nl.