Wij kijken verder dan de zaak
Geplaatst: 12 september 2024
Leestijd: 6 minuten
In het eerste deel van de blogreeks hebben we beschreven hoe de Arbeidsinspectie in 2020 met een pilot is gestart om te komen tot een effectievere aanpak van het voorkomen van arbeidsongevallen. Dit heeft geleid tot de zogenaamde Gedifferentieerde Aanpak Ongevalsonderzoek (hierna: GAO), die vanaf 2022 operationeel is.
In het eerste deel bespraken we de nieuwe werkwijze. Het komt erop neer dat het uitgangspunt is versimpeld naar de “werkgeversrapportage, tenzij” methode. Dit betekent dat er in het geval van een arbeidsongeval standaard een werkgeversrapportage wordt opgevraagd, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen. In dat geval neemt de Arbeidsinspectie alsnog de leiding in het ongevalsonderzoek.
De Arbeidsinspectie heeft behalve een handreiking ook zelfinspectietools ontwikkeld om werkgevers te helpen zelf onderzoek te doen naar het ongeval. Op die wijze kunnen werkgevers controleren of alle stappen uit het ongevalsonderzoek zijn doorlopen, voordat de rapportage en het verbeterplan definitief worden ingediend. Het werkgeversonderzoek bestaat in principe uit vier stappen. We gaan in deze blog verder in op de handreiking en wat er van werkgevers verwacht wordt bij de zelfinspectie.
De eerste actiepunten betreffen een onderzoek van de plaats van het ongeval, het bewaren van bewijsmateriaal en het interviewen van het slachtoffer of de slachtoffers en getuigen. Onze belangrijkste tip is om foto’s te maken en deze op te nemen in de bijlagen van de rapportage. Hierbij kan gedacht worden aan: 1. Overzichtsfoto’s van de ongevalsplaats.
2. Detailfoto’s van bijzonderheden.
3. Eventueel foto’s vanuit de positie van getuigen.
4. Foto’s van bijzonderheden.
Na het verzamelen van de informatie is het belangrijk om de feiten nauwkeurig te analyseren. Uit de verzamelde informatie moet af te leiden zijn hoe, waardoor en/of waarom het ongeval kon plaatsvinden en welke oorzaken van het ongeval zijn aan te wijzen. Ook dient naar voren te komen wat er in de organisatie anders dient te worden geregeld om in het vervolg een vergelijkbaar ongeval te voorkomen. Er kunnen verschillende onderzoeksmethodes worden toegepast om alle feiten boven tafel te krijgen. In de Arbo-Informatiebladen AI-43 (ongevalsonderzoek), AI-45 (risicobeheersing) en AI-61 (Risico-Inventarisatie en -Evaluatie) worden de diverse onderzoeksmethodes uitgelegd. Het is verstandig de methode te kiezen die het beste bij de ongevalssituatie past. Wij kunnen u helpen bij het toepassen van de juiste onderzoeksmethode.
Nadat de analyse is uitgevoerd, dienen er bij elke oorzaak (directe en structurele/achterliggende) passende maatregelen te worden beschreven. Ook dient beschreven te worden waarom deze maatregelen passend zijn, bij welke oorzaak ze passen, enzovoort.
De stappen 1 tot en met 3 vormen in feite een op de ongevalssituatie toegespitste Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Het is daarom verstandig deze stappen ook op te nemen in de schriftelijke RI&E van het bedrijf. Wij raden altijd aan om het management, medewerkers en deskundigen op het gebied van veiligheid te betrekken bij het opstellen van passende maatregelen.
De maatregelen zijn te verdelen in twee categorieën: • Oplossingen voor directe oorzaken.
• Oplossingen voor achterliggende oorzaken, op organisatorisch, technisch en menselijk gebied.
De maatregelen die in stap 3 worden geïdentificeerd, worden vermeld in een Verbeterplan. Onze aanbeveling is om dit plan zo concreet mogelijk te formuleren, hetgeen inhoudt dat de te nemen acties SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) dienen te zijn. Kijk eventueel ook verder dan alleen naar oplossingen voor dit ongeval en zorg ervoor dat de RI&E in geval van aanpassingen – zeker als die wettelijk verplicht zijn – ook wordt getoetst.
Verder dienen de veranderingen in de organisatie na het ongeval te worden geëvalueerd. Wanneer er aanpassingen zijn gedaan in het arbozorgsysteem, dient met enige regelmaat nagegaan te worden of de maatregelen ook effect hebben: dragen ze daadwerkelijk bij aan veiliger en gezonder werken binnen het bedrijf?
Neem de evaluatie ook concreet op in een Plan van Aanpak (voorzien van datum en actienemer) en breng in de bedrijfsprocessen een herhalingssysteem aan van “in kaart brengen van huidige processen, verbetermogelijkheden toepassen, verbeteringen evalueren, bijsturen”. Dit wordt in vaktermen ook wel de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act cyclus) genoemd.
Maar wat zijn nu de regels voor de Werkgeversrapportage? Voor de rapportage aan de Arbeidsinspectie mag een werkgever een eigen format gebruiken. Er dienen in elk geval zoveel mogelijk documenten te worden toegevoegd, zoals interviews van getuigen, foto-/beeldmateriaal, de analyse en relevante documenten om te onderbouwen hoe het bedrijf tot de toedracht, analyse en de te nemen maatregelen is gekomen.
In het volgende deel van de blogreeks gaan we dieper in op de zelfinspectietools voor werkgevers en hoe deze kunnen worden toegepast.
Wilt u meer informatie of heeft u behoefte aan deskundige begeleiding bij een arbeidsongeval? Neem gerust contact op met onze Letselschade advocaat, mr. Eugénie Ponjee-Scheurwater, via eponjee@boersadvocaten.nl of telefonisch via 06 19 36 11 36.