Wij kijken verder dan de zaak
Geplaatst: 22 augustus 2025
Leestijd: 6 minuten
De discussie over wanneer iemand echt zzp’er is en wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst, speelt al een tijdje. Voor zowel opdrachtgevers als zelfstandigen is het soms onduidelijk hoe de Belastingdienst en de rechter een werkrelatie beoordelen. De nieuwe Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en rechtsvermoeden moet daar vanaf 1 januari 2026 meer duidelijkheid in brengen. Maar wat betekent dat in de praktijk, en waar moet je als zzp’er of opdrachtgever op letten?
Nederland telt ongeveer 2,3 miljoen bedrijven, waarvan maar liefst 1,3 miljoen eenmanszaken en 0,5 miljoen BV’s met slechts één werkzame persoon. Dat betekent dat ruim de helft van de ondernemingen uit zelfstandigen zonder personeel bestaat.
In deze enorme groep werkenden is het onderscheid tussen echte zelfstandigheid en verkapt dienstverband vaak lastig te maken. Iemand kan bijvoorbeeld formeel een zzp’er zijn, met een KvK-inschrijving en een factuur voor zijn werkzaamheden, maar in de praktijk toch werken alsof hij in loondienst is. Denk aan opdrachten waarbij de zzp’er fulltime op locatie werkt, vaste werktijden heeft, instructies opvolgt van een leidinggevende en geen eigen klanten of investeringen heeft. In zo’n geval kan er sprake zijn van schijnzelfstandigheid.
De overheid wil met de nieuwe wet twee belangrijke doelen bereiken:
De wet werkt met drie belangrijke pijlers om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of zelfstandigheid.
Wordt bepaald waar, wanneer en hoe er gewerkt wordt? Is er toezicht op het werk? Hoe meer de opdrachtgever daar invloed op heeft, hoe groter de kans dat het om een arbeidsovereenkomst gaat.
Vindt het werk plaats binnen de kernactiviteiten van het bedrijf? Wordt hetzelfde werk ook door collega’s in loondienst gedaan? Draagt de werkende bedrijfskleding? Dit zijn signalen dat de werkrelatie mogelijk geen echte freelance opdracht is.
Een echte zzp’er draagt ondernemersrisico. Denk aan meerdere opdrachtgevers, zelf acquisitie doen, investeren in de eigen onderneming en niet volledig afhankelijk zijn van één klant. Ontbreekt dit, dan wijst dat juist op een arbeidsovereenkomst.
Geen van deze criteria is op zichzelf doorslaggevend, maar samen vormen ze het beeld van de werkrelatie.
Een nieuw element is het rechtsvermoeden bij een tarief onder €36 per uur. In dat geval hoeft de werkende niet zelf te bewijzen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst; de opdrachtgever moet dan aantonen dat dit níet zo is. Dit maakt het voor laagbetaalde zzp’ers makkelijker om hun positie te verdedigen.
Ja én nee.
Voor zzp’ers betekent dit dat je nu al kritisch moet kijken of je echt aan de kenmerken van ondernemerschap voldoet. Heb je meerdere opdrachtgevers? Loop je financieel risico? Investeer je in je bedrijf? Als dat niet zo is, loop je het risico dat je situatie als schijnzelfstandigheid wordt gezien.
Voor opdrachtgevers is het belangrijk om contracten en werkwijzen goed door te lichten. Zo voorkom je dat de Belastingdienst achteraf naheffingen oplegt, zoals boetes en rente.
Of je nu zzp’er bent of werkgever, het is verstandig om niet te wachten tot 2026. Door nu al je arbeidsrelaties te toetsen, voorkom je vervelende verrassingen later. De grens tussen een freelance opdracht en een arbeidsovereenkomst wordt strenger bewaakt, en het ondernemersrisico zal zwaarder meewegen.
Twijfel je of jouw situatie voldoet aan de nieuwe regels? Neem contact op met arbeidsrechtadvocaat Jan Brouwer via jbrouwer@boersadvocaten.nl of 0318 52 24 04. We kijken graag mee en geven je helder advies, zodat je met zekerheid de juiste keuzes kunt maken.