Wij kijken verder dan de zaak
Geplaatst: 6 maart 2024
Leestijd: 5 minuten
In de juridische wereld is het soms een ware worsteling om de juiste interpretatie van verplichtstellingsbesluiten te achterhalen. Deze zaak betreft een besluit dat aan bedrijven de verplichting oplegt om deel te nemen aan een bedrijfstakpensioenfonds of beroepspensioenfonds. Het oordeel van het Gerechtshof Den Haag op 23 mei 2022 werpt een licht op de complexiteit van dergelijke kwesties, met een opmerkelijke twist rondom vegetarische gehaktballetjes.
Bedrijven kunnen geconfronteerd worden met verplichtstellingen die hen dwingen deel te nemen aan pensioenfondsen. Dit besluit wordt vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SVW), met het uitgangspunt dat de werkingssfeerbepalingen van een verplichtstellingsbesluit voldoende duidelijk moeten zijn. Dat dit in de praktijk niet altijd het geval is blijkt wel uit de uitspraak van deze zaak.
De vraag was of LM, een producent van vegetarische producten zoals vleesvervangers, onder de werkingssfeer van het bedrijfstakpensioenfonds voor Vlees, Vleeswaren, Gemaksvoeding en Pluimveevlees (VLEP) viel. Het antwoord op deze vraag was nee, althans volgens VLEP dat in 2016 de activiteiten van LM had beoordeeld. In 2021 komt VLEP echter tot een ander oordeel als de bedrijfsactiviteiten van LM opnieuw worden bekeken. Hoewel naar zeggen van LM de bedrijfsactiviteiten niet zijn gewijzigd, valt LM volgens VLEP nu wel onder de verplichtstelling gemaksvoeding. Wat is er in de tussentijd dan gewijzigd?
De fabrikant van de vegetarische gehaktballetjes is het niet met het standpunt van VLEP eens en start een procedure bij de kantonrechter. Daar voert VLEP aan dat in het verplichtstellingsbesluit is opgenomen dat onder gemaksvoeding onder andere frikandellen, gehaktballen en hamburgers worden verstaan. In het huidige spraakgebruik kunnen dit ook producten zonder vlees zijn. Een vegetarische gehaktbal is tegenwoordig ook een gehaktbal.
De kantonrechter is het niet met VLEP eens en baseert zijn oordeel op de Dikke van Dale. Volgens het woordenboek bevatten een frikandel, gehaktbal en/of hamburger in het verleden steevast vlees. Daarbij is het volgens de kantonrechter niet zo dat een bepaalde term automatisch mee-evolueert met de evolutie van het spraakgebruik. Volgens de kantonrechter moet men de specifieke definitie begrijpen op basis van wat er bedoeld werd toen de definitie werd opgesteld, tenzij de definitie later is aangepast aan veranderingen in het taalgebruik. De kantonrechter zegt dat de Minister van SVW verantwoordelijk is om definities aan te passen aan maatschappelijke veranderingen, als dat nodig is. Volgens de kantonrechter gebeurt dit niet automatisch, maar voor rechtszekerheid is dit wel belangrijk.
Het Hof is echter een andere mening toegedaan. In het verplichtstellingsbesluit is niet bepaald dat onder gemaksvoeding alleen producten met vlees worden verstaan. Bovendien moet voor de definitie juist naar de betekenis in het huidige taalgebruik worden gekeken. Het Hof kijkt naar wat de meeste mensen tegenwoordig begrijpen onder deze term in gewoon Nederlands. Onder frikandel, gehaktbal of hamburger verstaat men niet meer alleen de vleeshoudende producten maar ook de vegetarische variant daarvan. In tegenstelling tot de kantonrechter legt het Hof de werkingssfeer van het verplichtstellingsbesluit dus ruim uit.
Terwijl de kantonrechter vasthoudt aan een strikte interpretatie van historisch spraakgebruik, omarmt het Gerechtshof een ruimere uitleg die rekening houdt met de hedendaagse betekenis van termen. Dit geschil benadrukt het belang van duidelijke definities in verplichtstellingen en werpt de vraag op wie verantwoordelijk is voor het volgen en aanpassen van maatschappelijke ontwikkelingen: de rechter of de Minister van SVW?
Zit u ook in een situatie waarin u wordt geconfronteerd met een verplichtstellingsbesluit? Of wilt u gewoon meer informatie over dit onderwerp? Neemt u dan contact op met Erick Quaars via 0318 – 522404 of stuur een email naar tfquaars@boersadvocaten.nl.